Op 1 juli staat er in Brussel een Friese boerenzoon voor een zaal met Europarlementariërs. Rendert Algra, ooit Tweede Kamerlid voor het CDA, vertelt over de boerderij in Kubaard waar hij opgroeide: "De eerste zeventien jaar van mijn leven groeide ik op in het paradijs, waar niets mis leek." Hij reed er de tractor. Hij deed er jarenlang zelf het spuitwerk. Vier jaar geleden kreeg hij de diagnose parkinson, en hij is er zeker van waar die vandaan komt [1].

Wie in de Betuwe woont, kent dat paradijs. Het bloeit hier elk voorjaar zo overtuigend dat er bussen toeristen voor komen. Maar het paradijs van Algra bleek een eigenaardige boekhouding te voeren: wat hij er als jongen inademde, werd pas tientallen jaren later in rekening gebracht. Dat is precies wat deze discussie zo moeilijk maakt — en zo makkelijk te negeren.

Een rekening met veertig jaar betalingstermijn

Parkinson ontwikkelt zich traag en sluipend; tussen blootstelling en diagnose kunnen decennia zitten. Toen Algra spoot, was er niets aan de hand. Toen er iets aan de hand was, was het spuiten allang voorbij. Geen enkel etiket en geen enkele toelatingsprocedure rekent in zulke termijnen. De Gezondheidsraad adviseerde in 2020 al om de blootstelling van omwonenden uit voorzorg zoveel mogelijk te beperken, en het RIVM onderzoekt of mensen naast landbouwpercelen vaker parkinson en lymfeklierkanker krijgen [2]. Frankrijk is verder: daar geldt parkinson bij boeren al jaren als erkende beroepsziekte [3].

Het onderzoek dat er niet komt

Je zou denken: dan wil Nederland dat verband zo snel mogelijk zelf in kaart brengen. Het omgekeerde gebeurde. Begin april besloot het kabinet af te zien van een groot cohortonderzoek naar parkinson onder agrariërs. De argumenten: er zouden zo'n dertigduizend blootgestelde deelnemers nodig zijn, de opstartfase zou 2,5 miljoen euro kosten, en landen als Noorwegen, Frankrijk en Denemarken doen al vergelijkbaar onderzoek [4].

Lees die laatste zin nog eens. We halen onze kennis over Friese erven en Betuwse boomgaarden straks uit Noorse databestanden. Tweeënhalf miljoen euro is het bedrag waarvoor Nederland besloot dat het antwoord elders wel gevonden wordt. Eén spoor loopt nog: een adviescommissie onderzoekt of parkinson op de lijst van beroepsziekten kan komen, met een tegemoetkoming voor getroffenen. Dat advies wordt dit najaar verwacht [4].

Dit is geen verhaal over boeren tegen buren

Het zou een misverstand zijn deze column te lezen als aanklacht tegen de teler. Wie het dichtst bij de nevel staat, is de teler zelf — op de tractor, in de schuur, bij het vullen van de tank. Algra is geen actievoerder die het paradijs van buitenaf kwam bekritiseren; hij is er geboren. De Parkinsonalliantie stond dit voorjaar dan ook naast vakbond FNV en Natuur & Milieu toen die de Tweede Kamer waarschuwden voor het Europese plan om de pesticideregels te versoepelen [5]. Boerengezinnen en omwonenden zitten in dit dossier aan dezelfde kant van de tafel: die van de longen en de zenuwcellen.

Ondertussen schuift in Brussel het zogeheten Omnibus-pakket richting besluitvorming: langere of zelfs levenslange toelatingen, minder herbeoordelingen, een kleinere rol voor onafhankelijke wetenschap. De parlementscommissies stemmen er begin oktober over, het voltallige Europees Parlement later die maand [1]. Wat daar wordt besloten, bepaalt wat er straks tussen de Betuwse rijen wordt gespoten — en welke rekeningen over veertig jaar op de mat vallen.

Wat West Betuwe hiermee kan

Een gemeente gaat niet over toelatingen, wel over haar stem. De raadsfracties van West Betuwe kunnen — via de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en in het lopende convenantoverleg over gewasbescherming — bij de staatssecretaris aandringen op herstel van het geschrapte gezondheidsonderzoek, en steun uitspreken voor de erkenning van parkinson als beroepsziekte. Dat kost geen 2,5 miljoen; het kost een brief en een beetje ruggengraat. En wie zelf iets wil doen: de Nederlandse Europarlementariërs die dit najaar over het Omnibus-pakket stemmen, hebben allemaal een e-mailadres.

Algra kreeg zeventien jaar paradijs en betaalt daar nu de rest van zijn leven voor. De Betuwe verdient beter dan die ruil. Een paradijs met een eerlijke boekhouding — waarin niemand veertig jaar hoeft te wachten om te horen wat de nevel deed — is geen utopie. Het is een keuze, en die ligt dit najaar op tafel.