Ergens deze zomer haalde een douanier op Schiphol een pakketje uit China van de band. Op de vrachtpapieren stond keurig wat erin hoorde te zitten: gebreide mutsen en truien. In de doos zaten verpakkingen van hondenvoer. In die verpakkingen zaten geen brokken, maar een schimmelbestrijdingsmiddel waarvan de werkzame stof sinds 2019 in de hele Europese Unie verboden is.[1]
Het spoor liep naar een fruitteler in Zeeland. Op 4 augustus doorzocht de NVWA zijn bedrijf, nam dertig kilo van het middel in beslag en ook de administratie. Vermoedelijk had hij honderdvijftig kilo besteld. Het grootste deel daarvan was al op: verneveld in een boomgaard, tegen schimmel.[1]
Daarna gebeurde er iets wat je makkelijk over het hoofd ziet. Het geoogste fruit ging naar het laboratorium. De uitslag: veilig om te eten. Met die zin eindigde het persbericht.
Het fruit ging naar het lab, de buurt niet
Eén ding vooraf: dit is een uitzondering. Verreweg de meeste fruittelers in de Betuwe werken met toegelaten middelen, in goedgekeurde doseringen, met gekeurde apparatuur. Wie daar boemannen van maakt, begrijpt de sector niet en helpt niemand vooruit. Maar juist omdát dit een uitzondering is, wordt de vraag scherp wat er in deze zaak wél en niet is gemeten.
Gemeten is het fruit. Niet gemeten is de lucht in de tuinen langs dat perceel. Niet gemeten zijn de vensterbanken, de zandbakken, het speelgoed dat buiten bleef staan. We weten hoeveel kilo er in de schuur lag en we weten dat de appels door de keuring kwamen, maar we weten niet wat er maandenlang, spuitgang na spuitgang, over de erfgrens is gedreven. Dat is geen verwijt aan de NVWA: die onderzoekt een strafzaak over een verboden middel, niet de gezondheid van een straat. Het is de systeemgrens zelf. Het product wordt bemonsterd, de omgeving niet.
Zo bezien is dat pakketje op Schiphol een treffend beeld voor het hele dossier. Alles zat in een doos met een etiket erop, en telkens klopte het etiket niet met de inhoud. En de enige reden dat we het weten, is dat iemand toevallig één doos openmaakte.
Honderddrie percelen, tweeëndertig keer raak
Hoe vaak gaat die doos open? Dat weten we sinds kort vrij precies. In 2024 en 2025 voerde de NVWA 103 aselecte inspecties uit op percelen vlak bij basisscholen en op percelen in of grenzend aan Natura 2000-gebied — de plekken dus waar we met elkaar de meeste zorgvuldigheid verwachten. Bij 71 was alles in orde. Bij 32 werd ten minste één overtreding vastgesteld, uiteenlopend van te hoge doseringen tot middelen die voor die teelt niet zijn toegelaten. Negentien bedrijven kregen een interventie: een waarschuwing, een rapport van bevindingen of een proces-verbaal. Sinds 29 juni zijn die resultaten per bedrijf openbaar.[2]
Bijna een op de drie. En toch is dat niet het cijfer dat het langst blijft hangen. Honderddrie inspecties. In twee jaar. Voor heel Nederland. Op de gevoeligste percelen die er zijn.
Negen maanden om een doos te openen
En wie vraagt of hij dan alsjeblieft zelf een doos mag openmaken, krijgt dit. Pesticide Action Network Netherlands vond het insecticide spirotetramat op snoeppaprika's die bij Lidl lagen onder het label "van Hollandse bodem". In de Nederlandse paprikateelt is dat middel niet toegelaten, en de EU heeft de stof geclassificeerd als verdacht reprotoxisch. De organisatie diende in oktober 2025 een handhavingsverzoek in bij de NVWA. Negen maanden later kwam het besluit: geen overtreding, verzoek afgewezen. De verpakker had verklaard dat de paprika's niet uit Nederland kwamen maar uit Portugal, waar het middel nog onder een opgebruiktermijn valt, en het residu bleef binnen de norm.[3]
Het etiket klopte dus niet. Portugese paprika's verkopen als Hollandse is zelf een overtreding, en het toezicht daarop ligt bij diezelfde NVWA.[3] Maar dat viel buiten de vraag die was gesteld. Ook hier: doos open, etiket klopt niet, deksel dicht.
Welke doos maakt West Betuwe open?
Het is september, de kisten staan weer langs de boomgaarden tussen Buurmalsen en Beesd, en wat er dit seizoen over die percelen is verspoten weet u niet. Sinds dit jaar is dat geen natuurwet meer. De rechtbank Noord-Nederland bepaalde in januari dat omwonenden recht hebben op inzage in welke gewasbeschermingsmiddelen er zijn gebruikt, wanneer en op welke percelen — niet via de Wet open overheid, maar via de Europese verordening die professionele gebruikers verplicht dat bij te houden. De minister moet op zulke verzoeken beslissen.[4] Die uitspraak is algemeen geformuleerd. Wat geldt in Westerveld, geldt in Tricht.
Drie dingen kunnen deze maand gebeuren. Een inwoner kan dat inzageverzoek indienen voor de percelen naast zijn woning. De raad kan het college vragen de openbare NVWA-inspectieresultaten voor West Betuwe op te zoeken en met de gemeenteraad te delen. En het college kan uitspreken dat het zijn zorgplicht ruim opvat — anders dan het college van Noordenveld, dat een handhavingsverzoek van omwonenden bij lelievelden naast een basisschool afwees met het argument dat de gemeente alleen bij "evidente" overtredingen mag ingrijpen.[5] Dat was een keuze. Keuzes kunnen anders.
Want zolang niemand de doos openmaakt, staat er op elk pakket: gebreide mutsen en truien.