Tussen de brandweerkazerne en begraafplaats Lange Akker in Geldermalsen ligt een sloot waar tot voor kort niets bijzonders aan was. Je liep erlangs met de hond. En als de regenton in augustus leegstond, wat regentonnen in augustus nu eenmaal doen, dan schepte je er een gieter uit en gaf je de bonen wat te drinken. Zo gaat dat hier al generaties.
Sinds eind juli doen we dat niet meer. Waterschap Rivierenland mat in die sloot PFAS-waarden boven de risicogrenswaarden die het RIVM heeft vastgesteld voor zwem- en irrigatiewater [3], en de gemeente adviseerde inwoners het slootwater niet langer te gebruiken voor moestuinen of andere eetbare gewassen [1][2]. Verhoogde waarden werden ook gemeten langs de J.F. Kennedylaan en ten noorden van de N327 [2].
Het was een klein bericht. Een kaartje met oranje en rode stippen, twee kolommen in Het Kontakt. Maar er staat iets in dat groter is dan deze sloot.
Alles ging goed, en toch
Kijk eerst eens hoe het liep, want het liep zoals het hoort. Het waterschap meet sinds 2018 op steeds meer punten in het rivierengebied — begonnen in de Alblasserwaard vanwege Chemours, inmiddels uitgebreid over het hele beheergebied [1]. De uitslagen gingen naar de gemeente, de gemeente schakelde de GGD en omgevingsdienst Rivierenland in, en binnen enkele dagen lag er een advies bij de inwoners. Wethouder De Geus noemde dat "goed en transparant informeren" [2], en daar valt weinig op af te dingen. Dit is bestuur dat werkt.
En toch. Wat er die week in Geldermalsen concreet veranderde, was dat de gieter de schuur in ging. Van alles wat PFAS in dat water heeft gebracht — en wat dat is weet niemand, de oorzaak is onbekend en het vervolgonderzoek loopt nog [2] — was de gieter van de moestuinier het enige onderdeel waar een overheid deze zomer daadwerkelijk iets aan kón doen. Alles wat verder stroomopwaarts ligt, hield zijn vergunning. Het advies is verstandig. Het is alleen opvallend hoe klein het instrument is dat we in handen bleken te hebben.
De kraan die nog openstaat
Juist omdat de bron van déze sloot onbekend is, loont het om te kijken naar de ene PFAS-kraan waarvan we zeker weten dat hij openstaat: de legale.
Het Ctgb, het college dat over de toelating van bestrijdingsmiddelen gaat, herbeoordeelt op dit moment alle middelen op basis van zes werkzame stoffen die afbreken tot trifluorazijnzuur, kortweg TFA [5]. Er zijn er meer. Vewin, de vereniging van drinkwaterbedrijven, telt vijfentwintig PFAS-houdende werkzame stoffen [5]; Pesticide Action Network Netherlands komt op zevenentwintig PFAS-pesticiden, waarop honderden toegelaten middelen zijn gebaseerd — in 2022 werd daar 250.000 kilo van verkocht [4].
TFA is waar het om draait. Het is een zeer klein, zeer mobiel PFAS-molecuul dat niet meer afbreekt, zich ophoopt in bodem en grondwater en op veel plaatsen boven de wettelijke grondwaternorm van 0,1 microgram per liter uitkomt. Het is recent geclassificeerd als giftig voor de voortplanting, met de conclusie dat de stof het ongeboren kind kan schaden [4]. De herbeoordeling van die zes stoffen loopt tot eind 2028 [4]. Dat zijn nog twee spuitseizoenen.
Wie meet, vraagt zelf om een verbod
Op de pagina van het waterschap staat een zin die makkelijk over het hoofd wordt gezien. Waterschap Rivierenland vindt dat PFAS niet in het milieu thuishoren en dringt, samen met de andere waterschappen, aan op een verbod op alle PFAS [1]. Vewin vraagt hetzelfde, en wijst naar Denemarken, dat PFAS-houdende bestrijdingsmiddelen nationaal verbood; begin desnoods in de grondwaterbeschermingsgebieden [5].
Dat is opmerkelijk gezelschap. Dit zijn niet de actiegroepen. Dit zijn de instanties die de monsters nemen en de instanties die het er later weer uit moeten filteren. Zij vragen om een verbod, terwijl de toelater tot eind 2028 nodig heeft om over zes stoffen na te denken. Ergens in die volgorde zit een weeffout.
Daarbij past eerlijkheid over de andere kant. Onderzoeksbureau CLM, dat de alternatieven voor Vewin op een rij zette, concludeert dat de meeste ziekten en plagen in de consumptieaardappelteelt beheersbaar blijven zonder deze middelen, maar noemt ook wat moeilijker wordt: de bestrijding van Alternaria, met mogelijk enige opbrengstvermindering. En het waarschuwt tegen het simpelweg vervangen van de ene stof door de andere — "PFAS-vrij" is niet vanzelf schoon. De oplossing ligt volgens CLM in resistente rassen, ruimere rotaties, groene middelen en preciezer spuiten [5]. Dat kost telers tijd en geld, en dat hoort in de rekening thuis.
Wie draait de kraan dicht
Het vervolgonderzoek naar de sloot loopt; daar hoeft de raad niet op te wachten. Drie dingen kunnen nu al.
Vraag het college om een raadsinformatiebrief met álle meetpunten en meetwaarden in de gemeente, gepubliceerd als open data, en niet één kaartje bij één persbericht. Vraag dat het vervolgonderzoek uitdrukkelijk ook TFA meet en niet alleen de bekendere PFAS-verbindingen, want anders meten we juist de stof niet die het langst blijft liggen. En sluit u als gemeente aan bij de oproep van uw eigen waterbeheerder om PFAS bij de bron aan te pakken — dat is een motie van een half A4.
De gieter staat in de schuur, en dat is verstandig. De vraag is wie hem daar ooit weer uit mag halen.