Er staat een gebouw aan de Bennekomseweg in Ede waar bijna niemand uit West Betuwe ooit is geweest, en dat toch meer te zeggen heeft over wat er in augustus over uw heg waait dan de voltallige gemeenteraad. Het is het kantoor van het Ctgb, het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Daar wordt per middel beslist of het de Nederlandse markt op mag. Alles wat daarna komt — het etiket, de spuitlicentie, de driftarme dop, de controle door de NVWA — gaat over de vraag of een middel wordt gebruikt zoals in Ede is bedacht. Niet over de vraag of het daar ooit door had mogen komen.
Dat maakt van die toelating de enige echte zeef in het systeem. Alles moet erdoorheen, en wij wonen eronder. Vorige week bleek er opnieuw een gat in te zitten.
Een middel dat er nooit door had mogen komen
Op 11 augustus bepaalde het College van Beroep voor het bedrijfsleven dat het schimmelbestrijdingsmiddel Pitcher zo snel mogelijk uit de handel moet [1]. De werkzame stof, fludioxonil, heeft hormoonontregelende eigenschappen. Europese regelgeving staat zo'n stof alleen toe in gesloten systemen, of onder omstandigheden die contact met mensen uitsluiten. Pitcher wordt in de open lucht toegepast. "Omdat Pitcher zo niet wordt gebruikt, had het Ctgb het middel niet mogen toelaten", schrijft het CBb in zijn persbericht [1].
In de parallelle zaak over Dagonis kreeg indiener PAN Europe géén gelijk: de werkzame stof difenoconazool is volgens het CBb terecht als niet-hormoonverstorend voor de mens beoordeeld, en die toelating blijft staan [2]. Eén middel viel door de zeef, het andere niet. Zo hoort het ook.
Pitcher zelf ligt vermoedelijk in geen enkele schuur tussen Beesd en Vuren; het wordt vooral in de bollen- en sierteelt gebruikt. Wie de uitspraak leest als nieuws over één product, mist het punt. Wat hier is beoordeeld is niet het middel, maar de zeef zelf: hetzelfde beoordelingskader dat geldt voor de middelen die hier wél over de heggen gaan.
Zeven groeiseizoenen
Het repareren van dit ene gat duurde zeven jaar. In 2019 tekende PAN bezwaar aan tegen de toelating [3]. In april 2024 oordeelde het Europees Hof van Justitie dat lidstaten bij zulke besluiten de meest recente wetenschappelijke inzichten moeten meewegen, en dat de bescherming van mens, dier en milieu voorrang heeft boven landbouwkundige opbrengst [4]. In november 2024 stelde EFSA, de Europese voedselveiligheidsautoriteit, vast dat fludioxonil hormoonverstorend is. In juli 2025 nam het Ctgb in zijn nieuwe besluit desondanks het rekenkader voor niet-hormoonverstorende stoffen als uitgangspunt, waarop PAN in oktober naar de spoedrechter stapte [3]. Pas nu, in augustus 2026, is het definitief; het CBb is in deze zaken eindrechter.
Tel de zomers ertussen. Zeven spuitseizoenen lang was Pitcher een volstrekt legaal middel, met toelatingsnummer, met etiket, met een teler die niets verkeerds deed. Dat is het ongemakkelijke aan deze zaak: er valt niemand aan te wijzen die een regel overtrad. De teler vertrouwde op precies hetzelfde papier als de omwonende. Alleen klopte het papier niet.
En het is niet de eerste keer. In februari oordeelde hetzelfde CBb dat het Ctgb de toelating van de schimmelbestrijder Wasan onvoldoende had onderbouwd: er was niet uitgelegd waarom onderzoek naar het afbraakproduct van bromuconazool achterwege kon blijven, en evenmin waarom een vergelijking met een mogelijk minder schadelijk alternatief was overgeslagen [5]. Het Ctgb kreeg zes maanden om opnieuw te beslissen. Die termijn loopt deze maand af. Tot dan blijft Wasan gewoon toegelaten.
Waarom dit hier harder aankomt
In een gemeente met zoveel fruit is die zeef in Ede geen abstractie. Sinds het convenant gewasbescherming dat op 14 juli werd ondertekend, is de ruimte voor eigen gemeentelijke spuitregels bovendien uitdrukkelijk kleiner geworden: lokale regels moeten wijken voor landelijke uniformiteit [6]. Wat een gemeenteraad dan nog overhoudt, is de bevoegdheid om te wéten wat er gebeurt. Dat is minder dan een verbod. Het is niet niets.
Vandaar een concrete vraag voor de eerste raadsvergadering na het reces. Vraag het college om jaarlijks één overzicht te leveren: welke middelen die in deze gemeente in de open teelt worden toegepast, zijn op dat moment onderwerp van een lopende bezwaar- of beroepsprocedure over hun toelating? Alle onderdelen van dat lijstje bestaan al ergens. Het CBb publiceert zijn zaken, PAN publiceert zijn procedures, het Ctgb publiceert zijn besluiten. Ze bij elkaar zetten kost een ambtenaar een middag.
Want dat is wat de Pitcher-uitspraak eigenlijk zegt. De zeef werkt — uiteindelijk, na zeven jaar, en alleen omdat een stichting met een lange adem hem is blijven natrekken. Wie eronder woont, heeft op zijn minst recht op het antwoord op één vraag: wat komt er op dit moment doorheen waar de rechter nog niet klaar mee is?