Het staat zo gewoon op tafel: een glas water. Koud, helder, uit de kraan. U denkt er niet bij na, want waarom zou u? Drinkwater is in Nederland het meest gecontroleerde levensmiddel dat er bestaat. Dat klopt ook. Maar de grondstoffen voor dat drinkwater zijn minder zuiver dan het eindproduct doet vermoeden.
De reis van het water
Water in West Betuwe legt een lange weg af voordat het uit de kraan komt. Het sijpelt door de kleigrond van de boomgaarden, passeert de sloten die de percelen doorsnijden, bereikt de Linge en de Waal, en stroomt van daaruit richting de innamepunten van drinkwaterbedrijven. Langs al die sloten en waterlopen spuiten fruittelers hun bestrijdingsmiddelen — en een deel van wat gespoten wordt, belandt in het water.
Op 7 april publiceerde de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit de resultaten van 66 inspecties bij agrarische bedrijven langs oppervlaktewater. De uitkomst was ontnuchterend: 38 procent van de geïnspecteerde bedrijven bleek de regels voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te overtreden.[1] Dat is niet één rotte appel. Dat is vier op de tien. Niet omdat telers kwaadwillend zijn, maar omdat de regels complex zijn, de controle schaars en de pakkans laag. De NVWA spreekt zelf van een «zorgwekkend laag» nalevingsniveau. En dat lage nalevingsniveau heeft een adres: het oppervlaktewater dat stroomafwaarts ons drinkwater wordt.
De cijfers achter de kraan
Drinkwaterkoepel Vewin laat jaarlijks inventariseren welke stoffen worden aangetroffen in de bronnen voor drinkwaterproductie. De meest recente meting levert een ongemakkelijk getal op: in de negen innamepunten voor drinkwater uit oppervlaktewater werden 156 verschillende pesticiden of hun afbraakproducten gevonden — bij alle negen innamepunten boven de wettelijke norm.[2] Voor grondwater — de tweede bron van ons kraanwater — is de situatie vergelijkbaar verontrustend: pesticideresiduen worden gevonden bij 40 procent van de grondwaterwinningen, en bij de helft van die winningen overschrijden de concentraties de wettelijke norm.[2]
De waterbedrijven investeren steeds zwaarder in geavanceerde zuivering. Maar dat is het verkeerde einde van de keten om aan te pakken. De oplossing zit aan de bron — en daarbij speelt het cocktaileffect een extra complicatie. Onderzoekers van de Universiteit Leiden toonden aan dat de combinatie van meerdere pesticiden in het oppervlaktewater aanzienlijk giftiger is dan de afzonderlijke stoffen.[3] Op honderden meetpunten worden de normen voor individuele middelen niet altijd overschreden — maar de gezamenlijke effecten van de cocktail zijn wél ernstig voor waterorganismen, voor de bestuivers waarvan de fruitteelt afhankelijk is, en uiteindelijk voor ons.
Het veiligheidsslot dat op losse schroeven staat
Terwijl Nederland al worstelt met de pesticidenlast in zijn drinkwaterbronnen, wordt in Brussel beslist over iets wat die situatie kan verergeren. De Europese Commissie wil via het zogeheten Omnibus-pakket de verplichte herkeuring van pesticiden afschaffen. Elk goedgekeurd bestrijdingsmiddel wordt momenteel eens in de tien jaar opnieuw getoetst aan de nieuwste wetenschap — mede om te beoordelen of de bescherming van grond- en drinkwater nog voldoet. Vewin-voorzitter Pieter Litjens noemt die herkeuring een onmisbaar «veiligheidsslot».[4] Wanneer dat sluit verdwijnt, kunnen stoffen waarvan we later ontdekken dat ze gevaarlijker zijn dan gedacht, onbeperkt op de markt blijven — en in ons water terechtkomen.
Een onafhankelijke wetenschappelijke toets, aangeboden aan de Tweede Kamer, concludeerde vorige maand dat het Omnibus-voorstel de bewijslast verschuift van pesticideproducenten naar de samenleving, de verplichte herkeuring schrapt, en gevaarlijke stoffen langere overgangsperioden geeft.[5] De Tweede Kamer debatteerde hierover op 12 mei — gisteren. De definitieve Nederlandse positie in Brussel is nog onzeker. Maar de richting waarin Brussel beweegt, is helder: minder bescherming, niet meer.
Wat West Betuwe kan doen, en laat
De Betuwe is geen passieve toeschouwer in dit verhaal. Haar boomgaarden, haar sloten, haar rivierkleigronden zijn onderdeel van de waterkringloop die eindigt in ons glas. En terwijl Brussel debatteert en Den Haag aarzelt, zit West Betuwe nog altijd zonder gemeentelijk meetprogramma voor pesticiden in oppervlaktewater en bodem, zonder openbare rapportage over welke middelen waar worden ingezet, en zonder spuitvrije bufferzones langs sloten en waterlopen.
Een meetprogramma met openbare resultaten is geen utopie. Gemeente Teylingen in Zuid-Holland publiceerde zo'n register. Wat zij konden, kan West Betuwe ook — de basisdata liggen klaar in de Bestrijdingsmiddelenatlas, die jaarlijks wordt bijgewerkt met meetgegevens van de waterbeheerders.
Bufferzones langs sloten zijn geen aanval op de sector; zij zijn het meest directe antwoord op wat de NVWA heeft vastgesteld. Als vier op de tien bedrijven langs oppervlaktewater de regels niet naleeft, is de eerste vraag: waar zijn de zones die naleving afdwingen? En de tweede: wie handhaaft ze? Waterschap Rivierenland en de gemeente West Betuwe zouden die vraag samen kunnen stellen — en samen kunnen beantwoorden.
Zet straks dat glas water op tafel. Drink het met vertrouwen, want uw drinkwaterbedrijf doet zijn uiterste best. Maar het vertrouwen dat u écht verdient, begint niet bij de kraan. Het begint in de boomgaard. En dat deel van de keten laten we in West Betuwe nog altijd ongemoeid.