Wie dit voorjaar door West Betuwe rijdt, ziet hier en daar een pas geplante boomgaard: rijen jonge appel- of perenbomen. Zo'n aanplant draagt pas over enkele jaren echt vrucht en staat er in 2040 nog. Voor de teler die hem plantte is dat jaartal geen verre beleidsstip. Het is één boomgaardgeneratie — een beslissing die nu, met de schop in de grond, wordt genomen.
Datzelfde jaartal, 2040, staat sinds kort ook in Den Haag op papier. Op 6 mei werd bij Fruitmasters in Geldermalsen het convenant Gewasbescherming afgetrapt: een breed overleg dat moet leiden tot een forse reductie van schadelijke synthetische middelen tussen 2027 en 2040.[1] De vraag voor de Betuwe is niet of die bestemming klopt. De vraag is wat de teler tussen vandaag en die verre horizon te doen staat.
Een akkoord met een lange aanlooptijd
Het convenant is geen plotselinge ingreep. Het is een vervolg op het uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 dat al in 2019 begon, en het loopt door tot 2040. Een akkoord op hoofdlijnen moet er voor de zomer liggen, maar de uitwerking per deelsector kan nog tot volgend jaar duren; pas eind dit jaar komt er volgens de betrokkenen meer duidelijkheid voor agrariërs.[2] Voor wie nu een perceel inricht, betekent dat: planten onder regels die nog niet af zijn.
Daar komt het zogeheten postcodebeleid bovenop. Omdat landelijke kaders ontbraken, stelden steeds meer gemeenten hun eigen regels op voor wat waar gespoten mag worden. LTO en de Vereniging Nederlandse Gemeenten willen daar allebei van af; bindende, uniforme regelgeving is een van de eerste doelen van het convenant.[3] Begrijpelijk — maar het illustreert vooral hoe lang de teler al opereert in een mist van onzekerheid.
De teler zit klem, en dat is geen verwijt
Staatssecretaris Erkens verwoordde het bij de aftrap nuchter: ondernemers zitten vast, terwijl de doelen voor natuur, leefomgeving en water niet worden gehaald.[1] Dat is precies de knel waarin de Betuwse fruitteler zit. Hij ademt dezelfde lucht als zijn buren, drinkt hetzelfde water, ziet zijn kinderen spelen op hetzelfde erf. Hij wíl een goed product leveren. Maar de duurzame route — minder middelen, meer precisie, biologische bestrijding — is vandaag nog vaak duurder en risicovoller dan de gangbare.
Wij schrijven op deze plek geregeld scherp over pesticiden. Maar het beeld van de boer als boosdoener klopt niet en helpt niemand. Erkens heeft gelijk dat het woord «landbouwgif» alles op één hoop gooit.[2] De spanning in West Betuwe is geen gevecht tussen goed en kwaad; het is een teler die wil veranderen maar de rekening niet rond krijgt, naast een omwonende die niet weet wat er door zijn raam naar binnen waait.
2040 is een datum; de economie is nu
Een convenant schetst een visie maar zal niet direct tot een vermindering van het gebruik van pesticiden leiden. Wat wél verschil maakt op het erf, is geld en zekerheid: een snellere toelating van groene middelen, ondersteuning tijdens de omschakeling, en een markt die laag-pesticide fruit beter beloont. Erkens benadrukt dat het niet de bedoeling is de Nederlandse productie te verlagen — maar zonder de duurzame route winstgevend te maken, blijft reductie een papieren belofte.[2] Veertien jaar klinkt als veel tijd. Voor een boomgaard, en voor de investeringsbeslissing die eronder ligt, is het dat niet.
Wat West Betuwe nu al kan
Hier ligt een kans die niet op 2040 hoeft te wachten. De gemeente West Betuwe is dit jaar een verkenning gestart naar de toekomst van de fruitteelt en de landbouw in de regio.[4] Die verkenning kan meer zijn dan een kaart met zones. Ze kan de plek zijn waar de gemeente de teler een hand toesteekt: omschakelingssteun voor wie naar biologische of laag-pesticide teelt wil, biologische voorwaarden bij verpachting van gemeentegrond, en een lokale afzet die de meerprijs van schoon fruit deelbaar maakt.
Vraag uw gemeenteraad daarom niet alleen om bufferzones, maar ook om dít: zet de omschakeling van de teler met zoveel woorden in de conclusies van de verkenning. Een teler die vandaag kan rekenen op steun, plant volgend voorjaar anders. En de boomgaard die dan de grond in gaat, staat er in 2040 nog — schoner, als we de keuze nu maken in plaats van haar veertien jaar voor ons uit te schuiven.