Er is dit voorjaar een nieuw scheldwoord het landbouwdebat binnengewaaid: postcodebeleid. Staatssecretaris Silvio Erkens gebruikt het voor gemeenten die zelf regels durven te stellen voor het spuiten van gewassen — 'die enorme versnippering', waar 'van alle kanten' vanaf gewild zou worden [1]. Gisteren werd in Den Haag het slotstuk van die campagne getekend: het hoofdlijnenconvenant gewasbescherming, dat onder meer 'een lokale lappendeken aan regels' moet voorkomen [2]. Wie in Tricht, Est of Ophemert op dertig meter van een boomgaard woont, mag daar even bij stilstaan. Want Nederland kent allang postcodebeleid. Het wordt alleen niet gevoerd door gemeenteraden, maar door de wind — en die trekt zich van convenanten niets aan.
Het scheldwoord van het seizoen
Wat heet hier eigenlijk versnippering? De veelgebruikte vijftig meter afstand tussen woningen en bespoten percelen staat in geen enkele wet; het is een lijn die de Raad van State uit voorzorg aanhoudt [3]. Bij gebrek aan landelijke regels stelde de gemeente Peel en Maas daarom dit voorjaar zelf een afwegingskader vast, met die vijftig meter als uitgangspunt [4]. Dat is geen wildgroei; dat is een gemeente die haar huiswerk doet omdat niemand anders het deed. Een raad die woningen bestemt naast een fruitperceel, móét iets vinden van de afstand tussen slaapkamerraam en spuitdop. Wie dat wegzet als postcodebeleid, zegt eigenlijk: uw adres hoort geen mening te hebben.
Wat er gisteren wél is getekend
Het convenant zelf verdient een eerlijke lezing. Het kabinet, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de waterschappen, LTO Nederland, jonge boeren, akkerbouwers, tuinders en de supermarkten spraken af de milieubelasting van gewasbeschermingsmiddelen 'fors terug te dringen'. Er is indicatief 250 miljoen euro voor gereserveerd, met 2040 als eindjaar en tussenmetingen in 2030 en 2035. Er komt een onafhankelijke gegevensautoriteit die het werkelijke gebruik gaat bijhouden, en uiterlijk 1 maart 2027 een kader voor plekken waar mensen lang verblijven: scholen, kinderdagverblijven, woningen [2]. Dat zijn geen loze woorden — het zijn alleen nog geen bindende. Hoevéél er wordt gereduceerd, wordt pas na de zomer per sector uitonderhandeld, en het hoofdlijnenconvenant is 'op zichzelf niet juridisch bindend' [2]. Het document dat een eind moet maken aan lokale regels, bevat vooralsnog zelf geen regels.
Wachten is ook een besluit
Erkens riep de nieuwe colleges van burgemeester en wethouders al in juni op om geen eigen afspraken meer te maken totdat het convenant er ligt [1]. In Drenthe, waar hij ging kijken bij de lelieteelt, noemde hij de spanning rond gewasbescherming 'een voorbode voor heel Nederland' [5]. Voor de Betuwe is dat geen voorspelling; hier staat de spuit al generaties tussen de huizen. Het beloofde kader komt op zijn vroegst 1 maart 2027 — en moet dan meteen een eind maken aan teelt- en middelverboden die gemeenten en provincies zelf invoerden [2]. Gemeenten wordt dus gevraagd hun enige instrument alvast in te leveren, in ruil voor een belofte met het eindjaar 2040. Een kind dat nu in groep 3 zit, is dan volwassen.
West Betuwe heeft intussen zijn eigen verkenning naar de toekomst van de fruitteelt lopen: economisch rendabel én ecologisch verantwoord, zo luidt de opdracht [6]. Precies het soort huiswerk dat straks postcodebeleid zal heten.
Daarom een concrete vraag aan de raad van West Betuwe: maak dat huiswerk af, en berg het niet op zodra Den Haag met het convenant wappert. Vertaal de verkenning vóór 1 maart 2027 in een eigen afwegingskader naar Limburgs voorbeeld — dat mag, zolang geen wet iets anders bepaalt [3]. En laat via de VNG, die medeondertekenaar is, vastleggen wat een 'kwetsbare plek' minimaal betekent: niet alleen het schoolplein, ook de achtertuin en de slaapkamer met het raam op de rij. Het convenant kan een begin zijn; het wordt pas iets waard als gemeenten aan tafel blijven zitten in plaats van in de wachtkamer.
Uw postcode is al beleid. De enige vraag is wie het schrijft.