De appelpluk bij fruitbedrijf Kroeze in Beesd begon op 27 augustus. Acht hectare appels en peren, zo'n zeventig jaar in de familie, geen opvolger in beeld. In Het Kontakt vertelden de broers Jan en Arno hoe hun vak verschuift: extremer weer, duidelijk meer rupsen- en luizenschade dan een paar jaar geleden, hagel die binnen een kilometer het verschil maakt tussen een goede en een matige oogst. En toen zei Jan Kroeze iets wat blijft hangen. "Ik ben er voorstander van om op een andere manier te telen, maar de consument wil gaaf fruit."[1]
In die ene zin zit het hele dossier. Bij de kassa wordt één bedrag afgerekend, en dat bonnetje gaat mee in het tasje. Maar er is een tweede bonnetje voor dezelfde appel. Dat wordt later opgemaakt, ergens anders, door iemand anders, en het komt nooit bij de klant terecht.
Het eerste bonnetje, keurig geteld
Op Prinsjesdag werd het eerste bonnetje voorgelezen. In de begroting van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur staat voor 2027 een post van 34,2 miljoen euro extra "om het aanbod gewasbeschermingsmiddelen te verbreden en op die manier duurzaamheidsdoelen te ondersteunen". Het totaal komt daarmee op ruim 57 miljoen. Diezelfde begroting trekt 30,5 miljoen extra uit om de vraag naar biologische producten te stimuleren, en bijna een half miljard extra voor agrarisch natuurbeheer.[2]
Voor die eerste post valt iets te zeggen. Een teler die nog maar over een handvol middelen beschikt, gebruikt die middelen intensiever en kweekt resistentie; een breder schap kan betekenen dat er zachtere middelen bij komen. Maar verbreden is een richting, geen doel. Het persbericht noemt geen bedrag voor het verminderen van het gebruik zelf, en geen bedrag voor de mensen die naast het perceel wonen. Wie wil weten wat die 34,2 miljoen doen, zal bij de begrotingsbehandeling moeten vragen hoeveel ervan naar laagrisicomiddelen en niet-chemische methoden gaat, en hoeveel naar het ruimer maken van wat er al is.
Het tweede bonnetje ligt bij het waterbedrijf
Drie dagen vóór Prinsjesdag lag het andere bonnetje er al. De Inspectie Leefomgeving en Transport, de rijksinspectie die toeziet op de leefomgeving, rekende uit dat gewasbeschermingsmiddelen met PFAS erin — de groep fluorverbindingen die in het milieu vrijwel niet afbreekt — jaarlijks minstens 21.000 kilo trifluorazijnzuur in het Nederlandse milieu brengen. TFA, zoals die stof heet, is het afbraakproduct dat in het jaarlijkse grondwateronderzoek het vaakst wordt aangetroffen, en het zakt betrekkelijk snel door naar het diepe grondwater waaruit drinkwater wordt gemaakt. Het gebruik van die middelen steeg tussen 2022 en 2024 van 250.000 naar 465.000 kilo. Drinkwaterbedrijven krijgen TFA met gangbare zuivering nauwelijks weg; wat wél werkt is volgens de inspectie complex, kostbaar en energie-intensief. Bij ongewijzigde praktijk kan de concentratie in diep grondwater binnen twintig jaar boven de door het RIVM geadviseerde waarde uitkomen.[3]
Hoe zo'n rekening oploopt, laat Oostenrijk zien. Zestien grondwatermeetpunten werden na ongeveer vijf jaar opnieuw bemonsterd. Het gemiddelde steeg van 1,36 naar 2,86 microgram per liter. Geen enkel meetpunt bleef stabiel, geen enkel meetpunt daalde.[4]
Dit is het bedrag dat nergens wordt voorgelezen. Het staat niet in de landbouwbegroting, want het valt niet onder landbouw. Het komt terug in het tarief van een waterbedrijf, in een zuiveringsinvestering die over tien jaar nodig blijkt, in het advies van een gemeente om slootwater maar liever niet voor de moestuin te gebruiken. Dezelfde appel, alleen rekent iemand anders af.
En die rekening is niet onvermijdelijk. Onderzoeksbureau CLM concludeerde deze zomer, in opdracht van drinkwatervereniging Vewin, dat een verbod op PFAS-pesticiden in de consumptieaardappelteelt in de meeste gevallen op te vangen is: de meeste ziekten, plagen en onkruiden blijven beheersbaar, alleen bij één bladvlekkenziekte wordt het lastiger.[5] Dat is geen bewijs dat alles morgen kan. Het is wel het bewijs dat "er is geen alternatief" een bewering is die je kunt nakijken.
Wat er in onze eigen begroting staat
Hier komt West Betuwe in beeld, want in november behandelt de gemeenteraad de programmabegroting. Dat is de ene avond per jaar waarop bedragen hardop worden genoemd, en waarop een raadslid een post kan laten toevoegen die er nog niet staat.
De vraag die daar thuishoort past in één zin: welk bedrag staat er in onze begroting voor het meten van bestrijdingsmiddelen in lucht en water bij woningen, scholen en speeltuinen, en voor het beschermen van de mensen die daar zijn? Niet wat het college van pesticiden vindt, maar: welk getal, op welke bladzijde. Blijkt het antwoord nul te zijn, dan is ook dat een antwoord, en dan schrijft het amendement zichzelf: een bescheiden meetpost, met een jaarlijkse rapportage aan de raad. Meten is goedkoop vergeleken met zuiveren, en onvergelijkbaar veel goedkoper dan niet weten.
Wij dragen dat tweede bonnetje al jaren. Het zou al schelen als het één keer per jaar werd voorgelezen.