Wie op de basisschool heeft gezeten, kent de gatentekst. Een verhaal met open plekken, puntjes op de lijn, en de opdracht om de juiste woorden in te vullen. Het geniepige van zo'n oefening is dat de zinnen al kloppen. Alleen de woorden die ertoe doen ontbreken. "De Linge stroomt van … naar …" is een grammaticaal keurige zin, en tegelijk geen enkel antwoord.

Aan die oefening moesten wij denken bij het zesde nieuwsbericht over het Convenant Gewasbescherming, dat land- en tuinbouworganisatie LTO Nederland op 20 oktober publiceerde [1]. Het convenant moet het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de land- en tuinbouw terugdringen. Er komen acht deelconvenanten, ook een voor de fruitteelt, en iedere sector heeft een plan van aanpak ingediend. Op de plek waar het getal had moeten staan, staan puntjes. Wageningen University & Research rekent in opdracht van het ministerie een "bandbreedte" uit van wat mogelijk is. De milieu-indicator, zo staat er, "geeft richting, maar schrijft geen reductiedoel voor".

Puntjes op de lijn

In mei werd het convenant afgetrapt in Geldermalsen, op fietsafstand van de meeste boomgaarden in deze gemeente. Staatssecretaris Silvio Erkens beloofde daar een "stevige reductie" tussen 2027 en 2040, zonder percentage [2]. In juli werden de hoofdlijnen getekend. Binnenlands Bestuur noteerde droog dat de reductiedoelen "nog niet bepaald" waren [3]. Natuur & Milieu en LandschappenNL, die hadden meeonderhandeld, zetten hun handtekening niet: de tekst was hun te vaag, en het voorzorgsbeginsel ontbrak.

Nu, eind oktober, staat er nog altijd geen getal. Wel 250 miljoen euro, acht deelconvenanten en een routekaart naar 2035 en 2040. Een gatentekst wordt alleen niet beter als je er meer zinnen omheen schrijft.

Dit is geen verwijt aan de telers. Wie een boomgaard heeft, plant voor decennia en vraagt terecht om voorspelbaarheid. Volgens LTO willen de sectoren afspraken die "rechtszekerheid en continuïteit" geven, en een einde aan het "postcodebeleid" en het groeiende aantal handhavingsverzoeken [1]. Dat begrijpen wij. Maar rechtszekerheid zonder getal is een merkwaardige zekerheid. De teler weet dat er iets van hem verwacht wordt, alleen niet hoeveel. Voor de buren aan de andere kant van de haag geldt precies hetzelfde.

Wie vult in, en met welk potlood?

Het venijn zit in twee details die in het bericht bijna terloops staan. Het eerste: de referentieperiode is 2011-2013 [1]. De nulmeting ligt dus ruim tien jaar terug. In april schreef de staatssecretaris zelf aan de Kamer dat het totale gebruik in de landbouw tussen 2016 en 2024, uitgedrukt in kilo's werkzame stof, "fors gedaald" is [4]. Nu zegt een kilo weinig over hoe schadelijk die kilo is, en het convenant rekent in milieubelastingspunten in plaats van kilo's. CDA-Kamerlid Joris Lohman zei in het Kamerdebat van 8 oktober niet voor niets dat de uitwerking moet sturen op de belasting van milieu en leefomgeving, niet alleen op kilo's [5]. Maar juist daarom moet bij elk percentage de vraag horen: welk deel van de afstand was al afgelegd voordat er één deelconvenant getekend was? Anders vult men een deel van de gatentekst in met antwoorden uit een oud schrift.

Het tweede detail: de partijen die het hardst om een getal vroegen, zitten niet meer aan tafel. Natuurorganisaties, milieuclubs en bewonersgroepen blijven volgens Erkens gesprekspartner, maar onderhandelen niet meer mee over de inhoud [5]. De puntjes worden dus ingevuld door wie de pen nog vasthoudt. Dat zijn de sectoren die zich straks aan het getal moeten houden, en het ministerie.

Tanden, of alleen een glimlach

Het goede nieuws is dat de Tweede Kamer het ook ziet. D66-Kamerlid Anne-Marijke Podt herinnerde eraan dat eerdere convenanten en actieplannen plannen op papier bleven. "Er moet straks wel iets liggen met tanden," zei ze [5]. Erkens beloofde "generieke reductiedoelen met wettelijke doelstellingen en kaders", en: "als er niet wordt geleverd op de tussendoelen, zullen we met aanvullend beleid komen."

Dat is een stevige zin. Maar ook die heeft open plekken. Welke tussendoelen, op welke datum, en hoe hoog? En de klok loopt al. In dezelfde brief van april erkent het kabinet dat Nederland "nog niet op schema" ligt om in 2027 de doelen van de Kaderrichtlijn Water voor gewasbeschermingsmiddelen te halen [4]. Dat is de Europese afspraak over schoon oppervlaktewater, en 2027 is ook het startjaar van het convenant. Het water in onze sloten kijkt niet naar routekaarten tot 2040.

Wat wij zelf kunnen invullen

Op 6 november ontmoeten Tweede Kamerleden de deelnemers aan het convenant, en legt het ministerie een voorstel voor een economische toets en een planning op tafel [1]. Dat is het moment om de gatentekst terug te geven met vragen in de kantlijn. Mail vóór die datum de leden van de Kamercommissie voor Landbouw (hun adressen staan op tweedekamer.nl) en vraag drie dingen. Welk percentage, tegen welk jaar, met welke tussendoelen? Hoeveel van die reductie was al behaald vóór 2027? En wat gebeurt er concreet als een sector een tussendoel mist?

En vraag in West Betuwe het college, via de inspreekmogelijkheid of een raadslid, wat de gemeente inbrengt bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Die tekende in juli "onder voorbehoud" [3], namens gemeenten waar de boomgaard en de achtertuin aan dezelfde sloot liggen.

Een gatentekst is een prima oefening. Maar niemand krijgt er een voldoende voor zolang de puntjes er nog staan.