Aan de Slotstraat in Opijnen ligt een perenboomgaard. Daarnaast lag, op papier, een klein en sympathiek plan: vijf levensloopbestendige woningen, gebouwd door de toekomstige bewoners zelf, als collectief particulier opdrachtgeverschap. Precies het soort woningbouw waar elk dorp in West Betuwe om vraagt. Er was alleen één ding dat op de tekening niet goed paste: de eerste rij perenbomen stond op ongeveer vijf meter van de plangrens.[1]
De oplossing die de gemeente uiteindelijk koos, verdient een plek in elk handboek ruimtelijke ordening. Tussen tuin en boomgaard kwam een groenstrook, en daarin mocht een tijdelijk scherm van hooguit vier meter vijftig hoog, voor ten hoogste vijf jaar. De achtertuinen mochten pas in gebruik als dat scherm er stond.[2] Een scherm voor vijf jaar, voor een huis dat er vijftig jaar staat. Wat er in jaar zes zou gebeuren, stond nergens.
Drie jaar rond een strook van tien meter
Het verhaal begint eind 2020. De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast met een spuitvrije zone van tien meter, inclusief windhaag, in plaats van de vijftig meter die de Raad van State als redelijk uitgangspunt hanteert. Een dag later oordeelt diezelfde Raad van State in een andere zaak dat het rekenmodel waarop die tien meter rustte, geen deugdelijke grondslag is.[2]
Wie er vervolgens naar de rechter stapt, is veelzeggend. Niet een bezorgde omwonende, maar de eigenaar van de boomgaard. Hij vreest dat de nieuwe huizen in zijn spuitzone komen te liggen en dat hij straks niet meer mag spuiten zoals hij gewend is. In juni 2021 schorst de voorzieningenrechter het plan. Een pijnlijk detail: de strook die als buffer moest dienen, mocht volgens de planregels gewoon worden gebruikt voor tuinen, erven en speelvoorzieningen.[3] De buffer tussen spuitmachine en kind had dus een schommel kunnen bevatten.
De gemeente repareert, met een nieuw rekenmodel en het tijdelijke scherm. In december 2023 vernietigt de Raad van State beide besluiten. Het nieuwe model geldt niet als algemeen wetenschappelijk aanvaard voor spuitzones, de driftwerende werking van een haag zit er niet eens in, en de elzenhaag die er stond, was juridisch niet geborgd en verliest bovendien zijn blad.[4] Drie jaar procederen, en de bewoners in spe staan waar ze begonnen.
Niemand won, iedereen verloor tijd
Het is verleidelijk om hier een schurk aan te wijzen, maar die is er niet. De teler verdedigde zijn bedrijf, de toekomstige bewoners wilden een huis, de gemeente wilde bouwen. Iedereen had een redelijk belang en iedereen verloor jaren. Het probleem zat niet in de mensen maar in het moment: de afstand tussen boomgaard en slaapkamer werd pas besproken toen de tekening al af was, en daarna alleen nog in de rechtszaal.
Dat is geen incident, het is een patroon. Toen het college van West Betuwe in juli de algemene beschouwingen beantwoordde, noemde het spuitzones in één adem met stikstof: als randvoorwaarde die woningbouwplannen kan vertragen.[5] Een obstakel dus, geen gezondheidsvraag. Zolang de spuitzone zo wordt gezien, blijft hij het ding dat je wegrekent, wegschermt of wegprocedeert.
Wat Sint-Michielsgestel vorige week opschreef
Het kan anders, en het hoeft niet ingewikkeld te zijn. De Brabantse gemeente Sint-Michielsgestel maakte op 12 oktober een werkwijze bekend voor nieuwe woningen, scholen en zorginstellingen naast landbouwgrond. Vijftig meter spuitvrije zone is het uitgangspunt. Afwijken kan alleen in uitzonderlijke situaties, en elk voorstel daartoe gaat langs het college. En de toets kijkt naar wat het bestemmingsplan op de buurgrond toestaat, niet alleen naar wat er vandaag groeit: een weiland dat morgen boomgaard mag worden, telt mee. Voor initiatiefnemers is er een stappenplan.[6]
Dat laatste is misschien het belangrijkste. Een ontwikkelaar die vooraf weet dat er vijftig meter tussen huis en boomgaard moet, tekent die vijftig meter in: als groenstrook, als wadi, als parkeerplaats. Het scherm hoeft dan niet tijdelijk te zijn, want het is geen scherm meer. Het is afstand.
Wie zegt dat dit kan wachten op Den Haag: het hoofdlijnenconvenant gewasbescherming belooft uiterlijk 1 maart 2027 een kader voor plekken waar mensen lang verblijven. Dat convenant is volgens de eigen tekst op zichzelf niet juridisch bindend.[7] Intussen worden in West Betuwe nu bouwlocaties gekozen voor huizen die in 2075 nog bewoond zijn.
Twee vragen voor de raad
De landbouwvisie die het college heeft toegezegd, is de plek om dit te regelen. Maar er hoeft niet op gewacht te worden. Raadsleden kunnen vandaag twee schriftelijke vragen stellen. Hoeveel woningbouwlocaties in de planning liggen binnen vijftig meter van grond waar fruitteelt of boomteelt is toegestaan? En is het college bereid een werkwijze zoals die van Sint-Michielsgestel vast te stellen, zodat de spuitzone voortaan op de eerste schets staat in plaats van in de laatste uitspraak?
Wie in een van de kernen woont waar gebouwd gaat worden, kan diezelfde vraag stellen bij de inspraak op het plan. Vraag niet hoe hoog het scherm wordt. Vraag hoe ver het huis staat.