In juni 2022 zat een fruitteler in Gelderland met spint in de bramen. Een eerder middel, Floramite, had onvoldoende gewerkt. Voor de volgende bespuiting werd gedaan wat elke teler hoort te doen: de toelatingendatabank van het Ctgb raadplegen — het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden — want voorschriften veranderen. Daar stond voor het middel Scelta de regel die ertoe doet. Veiligheidstermijn: één dag. Eén dag na het spuiten mocht er geoogst worden.

Die regel was fout. Scelta mag pas ná de laatste oogst worden toegepast. De leverancier had verkeerde toepassingsvoorwaarden aangeleverd, het Ctgb had ze op zijn website gezet, en op het moment dat de spuitdop openging waren twee hectare bramen onverkoopbaar — er mag nu eenmaal geen residu op de vruchten zitten.[1][2]

Vier jaar later is een door de rechter ingeschakelde deskundige nog altijd bezig uit te rekenen hoeveel fruit daar precies niet verkocht is. Hij komt uit op een oogstderving van bijna negentigduizend euro, en gaat dan nog uit van het mildste scenario. De teler bestrijdt dat en houdt het op een veelvoud daarvan.[1] Over de aansprakelijkheid zelf was de rechtbank Gelderland al helder: wie beroepsmatig met deze middelen werkt moet op de informatie van het Ctgb kunnen vertrouwen, die instantie heeft een hoge zorgvuldigheidsplicht, en de teler is op het verkeerde been gezet.[2]

De regel was het enige houvast

Let op wat hier niet gebeurde. Dit is geen verhaal over een teler die het niet zo nauw nam. Het is een verhaal over iemand die precies deed wat het systeem vraagt, en die daarvoor de enige tekst las die er is.

Dat is wat deze zaak ongemakkelijk maakt, want die tekst draagt veel meer dan één bramenperceel. Telers plannen er hun bespuitingen mee. Gemeenten leunen erop bij het schrijven van een omgevingsplan. De GGD verwijst ernaar als een bewoner belt. En wij horen hem terug in de raadzaal, elke keer dat wordt uitgelegd dat het om toegelaten middelen gaat en dat toelating nu eenmaal een rijksbevoegdheid is. Onder al die zinnen ligt hetzelfde register. Eén regel daarin klopte niet, en alles wat eronder hing klopte dus ook niet.

Dezelfde instantie, dezelfde weken

Kijk wat er in diezelfde weken nog meer op het bureau van dat Ctgb lag. Op 2 september werden zeven nieuwe middelen toegelaten, waarvan er drie gelden voor appels, peren en steenvruchten — de teelten die het landschap tussen Geldermalsen en Ophemert bepalen.[3] Twee dagen later dienden actievoerders van Pesticide Action Network Netherlands juist verzoeken in om vijftig ándere middelen in te trekken, wegens vermoede hormoonverstorende eigenschappen.[4] En in augustus had het College van Beroep voor het bedrijfsleven bepaald dat het middel Pitcher zo snel mogelijk uit de handel moest,[5] waarna ruim twintig middelen met dezelfde werkzame stof opnieuw beoordeeld moesten worden.[6]

Dat is geen aanklacht tegen een kwaadwillende instantie. Het is de beschrijving van een kleine organisatie onder een grote werklast, die bovendien werkt met gegevens die de aanvrager zelf aanlevert. In zo'n systeem zijn fouten geen uitzondering maar een statistische zekerheid. De vraag is niet óf er regels verkeerd staan. De vraag is wie ze vindt.

Wie de fout vindt

De teler vond deze, en kon dat omdat de schade een datum had. Een perceel, een aantal kilo's, een afzetorganisatie die de partij weigerde. Telbaar, dateerbaar, in euro's uit te drukken. Daarom kwam er een deskundige, een zitting en een bedrag.

Onze schade heeft dat allemaal niet. Er is geen afzetorganisatie die onze cijfers opstuurt. Wie in Beesd of Tricht het slaapkamerraam sluit omdat de spuit langskomt, zet daarmee niets in beweging: geen melding, geen meting, geen dossier. In juli concludeerden het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en Wageningen University & Research dat het gezondheidsrisico voor omwonenden in theorie te berekenen valt.[7] In theorie. Er loopt geen deskundige met een klembord door onze straat.

Stel dat die regel over de veiligheidstermijn niet twee hectare bramen had geraakt, maar de mensen die ernaast wonen. Dan had hij er waarschijnlijk nog steeds gestaan. Niet omdat iemand hem verdedigde, maar omdat er niets is dat zo'n fout aan onze kant zichtbaar maakt.

Daar valt iets aan te doen, en het is onbescheiden klein: schrijf uw eigen regel. Houd een aantekening bij als er naast uw huis gespoten wordt — datum, tijdstip, windrichting, welk perceel, wat u rook, wie er hoofdpijn van kreeg. Meld het bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en stuur dezelfde tekst per e-mail naar de gemeente, zodat hij ergens buiten uw eigen keuken belandt. Vraag uw raadslid daarna hoeveel van zulke meldingen West Betuwe het afgelopen jaar heeft ontvangen, en waar ze bewaard worden.

De zaak van de bramen draait om één regel die verkeerd in een register stond. De onze draait om de regels die er nooit in gekomen zijn. Zolang wij niets opschrijven, valt er ook niets na te lezen.